Liedtekst “Al Kol Ele”

Het Carmel Duo bracht in 1992 de cd ‘Al Kol Ele’ uit.

CD SCAN AKE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

#1        Freilach, Hine-ma-tov, Ya Ribon, Kol

Rina, Freilach

#2        Roshinkes mit Mandlen

#3        My Yiddische Mame

#4        Toda Al Kol

#5        Blessing Nigun

#6        Al Kol Ele

#7        Medley: Siman Tov, Od

Yishama,Harachaman

 

#8        Tumbalalaika

#9        Oyfn Pripetchik

#10      Nigun, Freilach, Der Shtiller Bulgar

#11      Daddy Dear

#12      Sigal

#13      Ha’Idiot

#14      Frenkels’s Songs

#15      Isaac Meyers Wiegelied

#16      Hora Medley: Ele Chamba Libi

 

 

  1. Freilach, Hine ma tov, Ya Ribon, Kol Rina, Freilach

Traditional

 

Hine ma tov uma na’im, shevet achim gam yachad

 

Ya ribon alam ve’al maya, ve’al maya,

Ant hu malka melech malchaya, melech malchaya.

 

Kol rina vishu’a, be’ohole tsadikim

Kol rina vishu’a, be’ohole tsadikim

 

Yamim Hashem osa chayil

Yamim Hashem romema

Yamim Hashem osa chayil, osa chayil.

 

Het is goed en aangenaam om hier als broeders samen te zitten

O God, die alles heeft geschapen

Ik zal U loven, ’s morgens en ’s avonds

De stem van verheugen en redding is in de tenten van de rechtvaardigen

De rechterhand van de Heer is heldhaftig

 

 

  1. Roshinkes mit mandeln

Abr.Goldfaden

 

In dem bejs-hamikdosj, in a winkel chejder

Zitst di almone bas Tsion alejn,

Ir ben juchidl Jidele wigt zi kesejder,

Un zingt im tsum sjlofn a lidele shejn.

 

Unter Jidele’s wigele, shtejt a klorwajs tsigele,

Dos tsigele is geforn handlen,

Dos vet zajn dajn beruf

Roshinkes mit mandlen,

Shluf-zje, Jidele, shluf.

 

In dem lidl, majn kind, ligt vil newijes,

Az du wejst amol zajn tsusejt oif der welt,

A sojcher wejst du zajn vun alle twijes,

Un wejst in dem ojch fardinen vil gelt.

 

Az du wejst wern rajch Jidele,

Zolst zich dermonen in dem lidele,

Roshinkes mit mandeln,

Dos vet zajn dajn beruf,

Jidele wet alles handlen,

Shluf-zje, Jidele, shluf.

 

In een stil hoekje in de sjoel zit eenzaam de weduwe, de dochter van Zion,

Zij wiegt haar zoon, de kleine Juda, en zij zingt een mooi liedje voor hem.

Onder de wieg van  de kleine Juda staat een sneeuwwit geitje,

Dat geitje is gaan handelen in rozijntjes met amandelen,

Dat zal je beroep zijn!

Slaap kleine Juda, slaap.

 

 

  1. My Yiddishe Mame

Jack Yellen/Lew Pollack

 

Of things I should be thankful for I’ve had a goodly share

And as I sit here in the comfort of my cosy chair

My fancy takes me to a humble eastside tenement

three flights up in the rear to where my childhood days were

spent

It wasn’t much like Paradise but ‘mid the dirt and all

There sat the sweetest angel, one that I fondly call

 

My yiddishe mame I need her more then ever now

My yiddishe mame I’d like to kiss that wrinkled brow

I long to hold her hands once more as in days gone by

and ask her to forgive me for things I did that made her cry

How few were her pleasures, she never cared for fashion’s

styles

Her jewels and treasures she found them in her baby’s smiles

oh I know that I owe what I am today

to that dear little lady so old and gray

to that wonderful yiddishe mame of mine

 

A Yiddishe mame

Es gibt nit beser oyf der velt

A Yiddishe mame

Oy vey, bi bitter ven si feylt

Vi sheyn unt likhtig is in hoys

Az du host zi noch baj zich

Un vi troyrig un finster

Wen zi gejt awek tsu gich

 

In vaser un in fayer

Volt si gelofen far ir kind

Nit haltn ir tayer

Dos is gevis di greyste sind

Oy vi glikekh un raykh

Is der mensh vos hot

Asa sheyne matone

Geshenkt fun Got

Asa altitchke yiddishe mame,

mame mayn.

A Yiddishe mame mayne.

 

 

  1. Toda al kol

G. Dalares

 

Toda al kol ma shebarata

Toda al ma sheli natata

Al or eynayim, chaver u’shnayim

Al ma sheyeesh li ba’olam

Al shir kole’ach

Velev sole’ach

Shebizchutam, ani kayam

 

Toda al kol ma shebarata

Toda al ma sheli natata

Al tschok shel yeled,

Ushmee hatcheled

Al hadama, uvayit cham

Pina lashevet, isha ohevet

Shebizchutam, ani kayam

 

Toda al kol ma shebarata

Toda al ma sheli natata

Al yom shel osher

T’mimut vayosher

Al yom atsuv shene’elam

Tshuvot alpayim, vekapayim

Shebizchutam, ani kayam

 

Bedankt voor alles wat U heeft geschapen

Bedankt voor wat u mij heeft gegeven

Voor het licht in mijn ogen

Voor de vrienden

Voor een lied en een hart,dat vergeeft

Voor een lach van een kind

Voor de blauwe hemel

Voor een dag van vreugde

Voor een voorbijgaande dag van verdriet

Voor duizenden antwoorden

Dankzij al deze dingen besta ik

 

 

 

  1. Al kol ele

Naomi Shemer

 Al had’vash ve’al ha’oketz

Al hamar vehamatok

Al biteinu hatinoket

Shmor eli hatov.

Al ha-esh hamevo’eret

Al hamayim hazakim

Al haish hashav habayta

Min hamerhakim

 

Al kol ele

Al kol ele

Shmor na li eli hatov

Al hadvash v’al ha’okets

Al hamar vehamatok

Al na ta’akor natu’a

Al tishkach et ha’tikva

Hashiveini   v’ashuva

El ha’aretz hatovah

 

Shmor eli al zeh habayit

Al hagan al hachoma

Miyagon mipahad peta

Umimilhama

Shmor al hame’at sheyesh li

Al ha’or ve’al tataf

Al hapri shelo hivshil od

Veshene’esaf

 

Merashresh ilan baru’ach

Merachok nosher kochav

Mishalot libi bachoshech

Nishamot achshav

Ana shmor li al kol ele

Ve’al ahuvey nafshi

Al hasheket, al habechi

Ve’al ze hashir

 

Waak over de honing en de angel, het bitter en het zoet,

Het vuur en het water, en over hen die van ver terugkomen

Waak over al deze dingen, vergeet onze hoop niet,

Behoed mijn huis tegen ellende, angst en oorlog

In de wind ruist een boom

In de verte valt een ster

In de duisternis zijn de wensen van mijn hart gegraveerd.

 

 

  1. Siman tov, Od yishama, Harachaman

A.Fried/S.Carlebach

 

Siman tov, mazl tov
Y’he lanu ul’chol Yisrael

Od yeshama be aray yehuda
obekevutzot yerushalayim
kol sasson ve kol simcha
kol chatan ve kol kala

May good fortune come to us and to all Israel

It is still heard in the land of Judea
And in the squares of Jerusalem
The sound of celebration and joy
The sound of a bride and groom

 

 

  1. Tumbalalaika

Traditional

Shteyt a bocher, shteyt un tracht
Tracht un tracht dem gantze nacht
Vemen tsu nemen un nit farshemen
Vemen tsu nemen un nit farshemen

Tumbala, Tumbala, Tumbalalaika
Tumbala, Tumbala, Tumbalalaika
Tumbalalaika, shpil balalaika
Tumbalalaika, freylach zol zeyn

Meydl, meydl, ch’vil bai dir freygn,

Vos ken vaksn, vaksn on reygn
Vos ken benken un nisht oifheren,

Vos ken benken veynen on trern

Narisher bocher vos darfstu freygn,

A shteyn ken vaksn vaksn on reygn
Libe ken brenen un nisht oifhern,

A harts ken benken veynen on trern

 

Een jongen staat de hele nacht te denken

Wie hij zal kiezen zonder te krenken

 

Meisje, ik wil je wat vragen:

Wat kan groeien zonder regen

Wat kan zonder ophouden branden,

Wat kan verlangen en zonder tranen huilen?

 

Malle jongen, wat vraag je toch?

Een steen kan groeien zonder regen,

Liefde kan branden zonder ophouden,

Een hart kan verlangen en huilen zonder tranen.

 

 

  1. Oyfn Pripetchik

Mark Warshavsky

Oyfn pripetchik brent a fayerl,
un in shtub is heys.
Un der rebe lernt kleyne kinderlech
Dem alef-beyz.

Zet zhe kinderlech,
Gedenkt zhe, tayere, vos ir lernt do,
Zogt zhe noch a mol un take noch a mol:
“Komets-alef: o!”

Lernt, kinder, mit groys cheyshek,
Azoy zog ich aych on,
Ver s’vet gicher fun aych kenen ivre,
Der bakumt a fon.

Lernt, kinder, hot nit mojre

Jeder unhojb iz shver

Glilich der vus hot gelernt Tojre

Tsi darf der mentsh noch mejr?

 

In het kacheltje brandt een vuurtje

En in het lokaal is het heet

De Rebbe leert er de kleine kinderen

Het alfabet 

Ik zeg jullie, kinderen:

Houd in ere wat jullie hier leert!

Zeg het nog eens en nog eens op:

Het alfabet. 

Leert kinderen, wees niet bang

Alle begin is moeilijk

Gelukkig is hij die de Tora heeft geleerd,

Wat heeft een mens nog meer nodig?

 

 

  1. Isaac Meyer’s Wiegelied

J.Cohen-van Elburg

 

Sluit je kijkertjes, m’n allerliefste kleine, slaap jij maar gerust en blij

Kleine kind’ren voelen niets van levenspijnen, hebben nog geen zorg als wij

Slaap maar lekker, kleine Ies, droom maar van de Sjabbes-tisch

Trek je er maar niets van aan, hoe de sinaasapp’len staan

Wees jij nog maar niet versthert, hoe je vader concurreert

Met die vrotte Uiekruier, doe maar stil wat in je luier

 

Tralalalalala. Tralalalalala

Slaap maar zacht, mijn kleine Izak Meyer

 

Wat j’ook worden zal, ik wens je altijd broche, altijd mazzel, lieve schmoel

Als je dertein bent, ga jij met de mespoche, voor barmitswo naar de sjoel

En daar zing je Sjimberregoe, onze mooiste zangen toe

Later trouwje ook, m’n schat, ben je van het boem’Ien zat

Krijg ie zelf ’n kindje weer, en misschien krijg j’ er wel meer

Waar je heel hard voor moet sapp’len, doe maar niet in sinaasapp’len

 

Lieve, kleine schatzie om j’in slaap te wiegen, zingt je nu je pappele wat voor

Als je straks student bent, zal je zelf ook zingen, Gaudeamus-Isidoor

Want als jij goed leren gaat, wor’ je deftig advocaat

“Meester” Meyer wor’ je dan, wat ik schmoes ’n fijne man

Schelden ze jou soms voor jood, zeg dan niks, en hou je groot

Anders moet je duelleren, kan zo’n goy je nog bezeren

 

Als je gochum bent, zal jij ‘r heus wel komme’, en als jij dan trouwen gaat

Neem je dan’n vrouw met dik-en-dik-mezomme, die krijg jij als advocaat

Nou, m’n schatzie, jij wordt moe, doe maar gauw je oogjes toe

Droom maar van ’n groot paleis, van ’n bolus en van ijs

Profiteer maar, kleine Ies, later wordt je alles mies

Als daarstraks de zorgen komen, kan je nebbiesj niet meer dromen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *